Suiker vs. Zoetstoffen

Suiker vs. Zoetstoffen

zoetstoffen

 

De eeuwige discussie over wat is nu beter. Naar aanleiding van een enorm verwarrend artikel uit het Parool (”We eten teveel suiker. Is ‘ontzoeten’ de oplossing?”) met verkeerde conclusies voelde ik het als mijn maatschappelijk plicht om een blog te wijden aan de waarheid rondom suiker en zoetstoffen. Het feit dat de een volledig overtuigd is van zoetstoffen als vervanging voor suiker terwijl de ander beweert dat ze beide slecht zijn en hetzelfde effect hebben, is voor mij reden om meer duidelijkheid te scheppen rondom dit onderwerp. Geen excuus meer voor de tante van je buurvrouw om jou op een verjaardag te vertellen wat ze nu weer gelezen heeft in Het Parool! De waarheid over suiker en zoetstoffen bied ik je hier in de vorm van een kennisblog!

Tijdens het schrijven van dit artikel kwam ik erachter dat het een ontzettend lange blog ging worden. Beide onderwerpen zijn voldoende om een individuele blog over te schrijven. Omdat ik me in deze blog voornamelijk wil richten op zoetstoffen beschrijf ik suiker wat meer summier. Hier komt een vervolg blog op!

Laten we beginnen bij het begin. Ik leg je eerst uit wat suiker precies is waarna ik je alles over zoetstoffen zal vertellen.

Wat is suiker
Als we het hebben over suiker refereren we vaak aan tafelsuiker wat ook wel sucrose genoemd wordt. Sucrose bestaat uit twee molecolen namelijk glucose en fructose. Wanneer dit geconsumeerd wordt, word glucose opgenomen in de bloedbaan en fructose opgeslagen in de lever. De opname van suiker in de bloedbaan veroorzaakt een toename van de hoeveelheid bloedglucose wat betekent dat de bloedsuikerspiegel stijgt. Suiker levert per gram 4 calorieën en deze energie wordt opgeslagen in onder andere de spiercellen. Wanneer er echter voldoende energie is wordt deze extra energie tijdelijk als vetreserve buiten de spiercel opgeslagen. Dit kan zorgen voor een toename van de hoeveelheid is lichaamsvet.

Over de exacte hoeveelheden ga ik het in een volgend blog hebben maar in het hedendaagse Nederlandse voedingspatroon consumeren we (soms ongemerkt) veel producten waar suiker aan toegevoegd is. Dit zorgt voor een fijne zoete smaak maar ook voor extra energie. Suiker staat ook vaak synoniem voor lege calorieën omdat het naast energie geen andere belangrijke nutriënten levert en dus weinig voedingswaarde biedt. Ook zorgt suiker voor weinig verzadiging wat extra duidelijk naar voren komt als je denkt aan frisdrank. Een glas cola van 200ml levert al 20 gram suiker terwijl het niet zorgt voor een verzadigd en vol gevoel. Veel toegevoegde suikers kunnen gemakkelijker leiden tot een calorie overschot en daarmee gewichtstoename.

 

Wat zijn zoetstoffen

Zoetstoffen zijn stoffen die niet tot de suikers behoren (vanwege het feit dat ze het lichaam geen of niet dezelfde hoeveelheid energie leveren) maar die wel net als suikers onze zoete smaak prikkelen. Zoetstoffen zijn te verdelen in twee categorieën: non-calorische zoetstoffen en de calorische zoetstoffen.

Non Calorische zoetstoffen

Deze zoetstoffen leveren geen energie aan het lichaam en bestaan voornamelijk uit synthetische oftewel kunstmatige zoetstoffen, met uitzondering van stevia welke een natuurlijke non-calorische zoetstof is. De meeste stoffen worden niet opgenomen door het lichaam en verlaten het lichaam dus onveranderd.

De bekendste synthetische zoetstoffen zijn:

  • Aspartaam
  • Sucralose
  • Saccharine
  • Neotaam
  • Acesulfaam-K
  • Cyclamaat

Deze zoetstoffen worden ook wel intensieve zoetstoffen genoemd omdat ze extreem zoet zijn in vergelijking tot suiker. Ze smaken wel 50 tot 500 keer zoeter en het is om die reden dat er maar heel weinig van deze stoffen gebruikt hoeft te worden om een zoete smaakt te creëren. Doordat ze in zulke kleine hoeveelheden toegevoegd worden aan onze voeding voegen ze nagenoeg tot geen extra energie toe aan deze voeding en zorgen dus ook niet voor een stijging van de bloedsuikerspiegel.

De calorische zoetstoffen

Deze zoetstoffen worden ook wel de suikeralcoholen genoemd en de meest bekende stoffen hiervan zijn:

  • Sorbitol
  • Maltitol
  • Xylitol
  • Lactitol
  • Erythritol
  • Mannitol

Het zijn synthetische stoffen die ook in de natuur voorkomen. Sommige van deze stoffen komen van nature voor in groenten en fruit (Xylitol, Sorbitol), Lactitol wordt gemaakt uit lactose en Erythritol komt in lage hoeveelheden voor in bier, wijn, kaas en fruit. Maltitol is een suikeralcohol die wordt gemaakt uit een suikervorm genaamd maltose. Het verschilt een beetje per zoetstof maar de meeste kunnen door het lichaam niet zo goed verteerd worden als echte koolhydraten. Deze stoffen gedragen zich daardoor eigenlijk als voedingsvezels: ze verlaten het lichaam voornamelijk in onverteerde vorm.

In tegenstelling tot de non-calorische zoetstoffen zijn deze relatief gezien minder zoet dan suiker en leveren deze zoetstoffen dus nog wel calorieën, maar een stuk minder dan echte suiker. Afhankelijk van de oorsprong en de mate waarin de stof verteerd en gemetaboliseerd wordt levert deze 1.6 tot 3.0 Kcal per gram op, ten overstaande van suiker dat 4 calorieën per gram levert.

De calorische zoetstoffen die 3 calorieën per gram oplevert is Maltitol. Maltitol wordt onttrokken uit de suikervorm maltose en heeft voor 90% de zoetkracht van suiker. Hierdoor heeft deze zoetstof wel een effect op de bloedsuikerspiegel. Ook mogen producten met het ingrediënt Maltitol niet als suikervrij worden beschouwd [1].

 

De veiligheid van zoetstoffen

Alle zoetstoffen hebben een E-nummer. Nu hoor ik je al denken: maar alle E-nummers zijn toch slecht? Dat is niet direct waar. E-nummers worden toegekend aan stoffen die worden gewonnen uit de natuur of op een kunstmatige wijze worden gemaakt en die kunnen worden toegevoegd aan voedingsmiddelen om de eigenschappen van die voedingsmiddelen te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan citroenzuur, welke in hoge concentraties voorkomt in fruit en het E-nummer E330 heeft. Het wordt ingezet als zuurteregelaar en bijvoorbeeld om fruit niet te laten verkleuren. Ook geelwortel (of kurkuma) welke bekend staat om zijn ontstekingsremmende werking, heeft een E-nummer namelijk E-100. Het wordt als kleurstof gebruikt voor andere producten en is dus een mooi voorbeeld van een niet schadelijke stof met een E-nummer.

Het verkrijgen van een E-nummer gaat volgens een uitgebreid traject dat wordt uitgevoerd door de Europese Authoriteit Voor Voedselveiligheid (EFSA). Een voorwaarde is dat de stof niet schadelijk mag zijn voor de gezondheid en het E-nummer wordt dus alleen toegekend wanneer de stof is gecontroleerd en veilig is verklaard door de EFSA. In de wet is ook vastgelegd hoeveel wat en hoeveel er maximaal aan producten toegevoegd mag worden. De EFSA oefent op die manier een strenge controle uit en waarborgt de veiligheid voor menselijke gezondheid [2].

En hoe zit het dan met Aspartaam?

Voordat ik de exacte claim van aspartaam benoem wil ik eerst even iets uitleggen over onderzoek in het algemeen. Er wordt namelijk vaak uit gemak gerefereerd naar ‘uit recent onderzoek is gebleken dat’ of ‘onderzoeken tonen aan dat’ … Je kunt je hier in eerste instantie afvragen of het om wetenschappelijk onderzoek gaat. Vervolgens zijn er nog een aantal belangrijke punten waar rekening mee gehouden moet worden in de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek voordat je beslist of een conclusie wel juist is.

Namelijk:

  • Onderzoek vindt plaats over de jaren heen en is een continuüm van nieuwe data die beschikbaar komt uit nieuwe onderzoeken en nieuwe onderzoekstechnieken. Dit betekent dat wat eerder als waarheid werd beschouwd, later misschien bijgesteld wordt of over 10 of 20 jaar mogelijk weer tot nieuwe inzichten leidt.
  • Hoe het onderzoek uitgevoerd wordt is sterk van belang voor de interpretatie van de resultaten. Er mogen geen onderzoeken uitgevoerd worden op mensen als niet zeker is wat de mogelijke schadelijke gevolgen hiervan zijn op mensen. Om die reden worden de onderzoeken vaak eerst in-vitro uitgevoerd wat eigenlijk reageerbuisjes zijn. Dat maakt het irrelevant om te vertalen naar wat er zou gebeuren met hetzelfde onderzoek in het menselijk lichaam omdat er dan veel meer factoren van invloed zijn.
  • Hetzelfde geldt voor studies die gedaan worden op dieren. Dieren worden vaak gebruikt omdat deze vele gelijkenissen vertonen met de mens. Echter zijn de verteringsprocessen niet identiek aan die van de mens en vinden de resultaten in dieren vaak op uitvergrote schaal plaats van wat er in de mens zou gebeuren. Hierdoor mogen de resultaten NIET doorgetrokken worden naar het effect op mensen.
  • Waar ook nog rekening mee gehouden moet worden is wie het onderzoek sponsort. Je kunt je voorstellen dat wanneer een grote partij die suikerhoudende frisdrank verkoopt een onderzoek inzet naar de effecten van aspartaam, erg gebaat zijn bij een slechte uitkomst voor aspartaam.
  • Ook worden er vaak verkeerde conclusies getrokken of conclusies volledig uit zijn verband getrokken door de media. Hierdoor ontstaat enorm veel verwarring die niet altijd gegrond is. Het is belangrijk om altijd naar de data en methode van een onderzoek te kijken in plaats van enkel de conclusies.

De EFSA is een onafhankelijke organisatie die in Europa de veiligheid van voedsel voor de bevolking moet waarborgen. Zij zullen nooit E-nummers toekennen aan stoffen waarvan niet zeker is of ze schade aanrichten aan de gezondheid van mensen.

Naar aanleiding van de tumult rondom aspartaam en de mogelijke schadelijke effecten op de gezondheid van de mens heeft het EFSA een groot onderzoek uitgevoerd naar de effecten van aspartaam. De conclusie die daaruit naar voren kwam luidt:

‘’op basis van een uitgebreide beoordeling op studies die uitgevoerd zijn op zowel dieren als mensen hebben experts een potentieel risico van aspartaam op het veroorzaken van schade aan genen en het veroorzaken van kanker uitgesloten. EFSA’s experts hebben ook geconcludeerd dat aspartaam niet schadelijk is voor het brein, het zenuwstelsel en geen effect hebben op de cognitieve functies van zowel volwassenen als kinderen” [3].

Maar kan ik niet teveel zoetstoffen binnenkrijgen?

Nou, dat lukt nog niet zo gemakkelijk. Voor alle E-nummers waaronder zoetstoffen wordt een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgesteld door diezelfde EFSA. De ADI is de hoeveelheid van het E-nummer die levenslang dagelijks kan worden ingenomen zonder dat hier negatieve gezondheidsrisico’s aan verbonden zijn [4].

De ADI wordt aangegeven in milligram per kilo lichaamsgewicht. Op die manier houd je dus rekening met de lichaamssamenstelling van mensen en kunnen de absolute hoeveelheden voor mensen verschillen.

Hoe wordt die ADI dan bepaald?

Eerst wordt er op basis van dierproeven bekeken wat de hoogste dosis is waarbij er geen negatieve effecten te zien zijn. Deze dosis wordt de No Observed Adverse Effect Level (NOAEL) genoemd. Om er zeker van te zijn dat de stof geen effect kan hebben op mensen wordt deze hoeveelheid nog 2x door 10 gedeeld. Hiermee wordt dus een extra veiligheidsmarge ingebouwd. De kans dat een zoetstof dan nog schadelijk kan zijn voor mensen is daarmee bijna uitgesloten. Echter is geen enkel persoon identiek. Waar de een heel gevoelig is voor een bepaalde stof kan een ander hier bijvoorbeeld helemaal niet op reageren. Denk maar aan cafeïne. Om die reden is het wel dus wel belangrijk om individuele eigenschappen en context en in acht te nemen.

De huidige ADI per dag voor aspartaam bedraagt 40mg/kg lichaamsgewicht. Het Amerikaanse instituut voor Kanker heeft berekend dat een persoon die 60kg weegt, 12 blikjes zero frisdrank zou moeten drinken om aan deze hoeveelheid te komen. [5]. Hierbij is uitgegaan van het gebruik van de maximaal toegestane hoeveelheid aspartaam voor het gebruik in light frisdrank. Waarschijnlijk ligt dit dus zelfs nog iets lager (naar schatting wordt er 3 tot 6x minder gebruikt dan de maximaal toegestane hoeveelheid) en zou je dus pas met 36 blikjes in de buurt komen. In ieder geval geen reden om je druk te maken dus.

Waarom heeft Aspartaam in kwaad daglicht gestaan?

 

In 2006 en 2007 werden 2 studies gepubliceerd door het Italiaanse Ramazzini Instituut, waaruit zou zijn gebleken dat proefdieren kanker hadden gekregen als gevolg van aspartaam. De EFSA heeft deze studies met een panel geanalyseerd. De conclusie van de EFSA was dat de tumoren die waren gevonden geen gevolg waren van de aspartaambehandeling, maar van chronische ontstekingen aan de ademhalingsorganen in de rattenstam. Bovendien bleek de statistiek niet te kloppen en waren de resultaten niet consistent. Ook bleek dat de ratten van het instituut in andere publicaties van bijna alles waar ze aan blootgesteld werden, kanker kregen, tot cola (zonder aspartaam) aan toe. Samenvattend: een mooi voorbeeld van foutief onderzoek waarvan de resultaten op grote schaal verkeerd geïnterpreteerd zijn. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat aspartaam kankerverwekkend is. Dit is ook niet te verwachten, omdat de stoffen waarin aspartaam wordt afgebroken in het lichaam bekend zijn en normaal in de voeding en in het lichaam voorkomen [6,7].

Methanol

Aspartaam wordt na opname in het lichaam omgezet in de aminozuren asparaginezuur en fenylalanine waarbij methanol ontstaat. Dit is een giftige stof die bij hoge overconsumptie zou kunnen leiden tot blindheid en tot de dood. Ook hier is het lichaam echter gewend om met deze stof om te gaan. Methanol komt namelijk veel voor in veel natuurlijke voedingsmiddelen zoals in fruit. De hoeveelheid methanol uit 1 liter fruitsap is daarmee hoger dan uit 1 liter aspartaam gezoete frisdrank. Dit zijn dus absoluut geen gevaarlijke hoeveelheden [8,9].

Voor wie is aspartaam wel gevaarlijk?

Voor mensen met de erfelijke aandoening fenylketonurie (PKU). Aspartaam wordt namelijk na inname omgezet in o.a. het aminozuur fenylalanine en  mensen met deze aandoening kunnen het aminozuur fenylalanine niet afbreken. Hierdoor stapelt het zich op in de hersenen. Om die reden moet er op producten met aspartaam of aspartaam-acesulfaamzout (E951 en E962) staan: “bevat aspartaam (een bron van fenylalanine)” of “bevat een bron van fenylalanine”. Deze waarschuwing heeft echter niets met de veiligheid van aspartaam zelf te maken [2].

 

Misvattingen over zoetstoffen

Lange tijd bleek er geen duidelijke verklaring te zijn voor de toename in overgewicht en de gelijktijdige toename in het gebruik van producten met zoetstoffen. Dit leidde tot verkeerde interpretaties en stellingen als ‘zoetstoffen zijn ook dikmakers’. Verschillende waarnemingsstudies onderzochten de relatie tussen gewichtstoename en het gebruik van zoetstoffen. Echter, aangezien het doel van deze studies is om effecten waar te nemen, mogen ze geen uitspraken doen over causaliteit. Dit betekent dat ze wel konden constateren dat beide cijfers gelijktijdig opliepen maar dat niet gezegd kan worden of overgewicht de toename in gebruik van zoetstoffen veroorzaakte of andersom. Een logische effect zou natuurlijk het eerste zijn maar door de beperkende factoren van onderzoeksmodellen van wetenschappelijk onderzoek is dit soms niet hard te maken.

Echter laat een recente studie van Martijn Katan en collega’s aan de VU Universiteit in Amsterdam zien dat het vervangen van suikerhoudende frisdranken door frisdranken gezoet met non-calorische zoetstoffen leidt tot verminderde gewichtstoename en vetopslag in kinderen met een normaal gewicht [10]. Hiermee wordt wetenschappelijke aangetoond dat zoetstoffen als vervanging voor suiker kunnen leiden tot verminderde gewichtstoename wat een mooi inzicht is om het tegendeel van de eerder genoemde stelling te bewijzen.

Een andere veelgenoemde stelling is dat zoetstoffen de bloedsuikerspiegel wel zouden beïnvloeden. Zoals eerder genoemd leveren de non-calorische zoetstoffen geen energie aan het lichaam. Voor de calorische zoetstoffen (suikeralcoholen) verschilt de hoeveelheid energie per stof maar is het effect lager dan voor echte suiker. De non-calorische zoetstoffen hebben dus geen enkele invloed op de bloedsuikerspiegel [11] en de calorische zoetstoffen geen tot een zeer klein effect. Hiermee veroorzaken ze dus niet hetzelfde effect dat suiker heeft in het lichaam namelijk de afgifte van insuline in de bloedbaan.

Conclusie en mijn advies

Knap als je het tot deze alinea hebt gehaald en al het voorgaande hebt gelezen. Je weet nu inmiddels heel veel over zoetstoffen! Maar wat is nu de moraal van het verhaal?

Wat ik vooral wil benadrukken in deze blog is dat het gebruik van zoetstoffen niet schadelijk is voor de gezondheid. Producten met zoetstoffen zijn in mijn ogen een prima vervanging voor producten waarvoor anders suiker toegevoegd zou worden. Wat echter de belangrijkste conclusie is: alles in balans. Producten met zoetstoffen moeten niet je complete voedingspatroon gaan omvatten maar passen prima in een uitgebalanceerde leefstijl waarin ook veel voedingsstoffen en nutriënten onderdeel zijn van je patroon.

Het gebruik van producten met zoetstoffen als vervanging van dezelfde producten met suiker kan ervoor zorgen dat je minder calorieën binnenkrijgt wat je gewicht mogelijk positief kan beïnvloeden (afhankelijk van de context van je totale voedingspatroon). Of je hierdoor vaker voor producten met zoetstoffen in plaats van suiker zou moeten kiezen is compleet afhankelijk van jouw persoonlijke doelstelling en voorkeur.

Bronnen:
  1. Felber, J. P., Tappy, L., Vouillamoz, D., Randin, J. P., & Jéquier, E. (1987). Comparative Study of Maltitol and Sucrose by Means of Continuous Indirect Calorimetry. Journal of Parenteral and Enteral Nutrition11(3), 250–254. https://doi.org/10.1177/0148607187011003250
  2. Het Voedingscentrum. (z.d.-b). Zoetstoffen. Geraadpleegd op 16 september 2019, van https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/zoetstoffen.aspx
  3. EFSA. (2013). Scientific Opinion on the re‐evaluation of aspartame (E 951) as a food additive. EFSA Journal11(12). https://doi.org/10.2903/j.efsa.2013.3496
  4. Het Voedingscentrum. (z.d.-a). Aanvaardbare dagelijkse inname (ADI). Geraadpleegd op 16 september 2019, van https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/aanvaardbare-dagelijkse-inname-adi.aspx
  5. American Cancer Institute. (z.d.). Does Aspartame Cause Cancer? Geraadpleegd op 16 september 2019, van https://www.cancer.org/cancer/cancer-causes/aspartame.html
  6. Peters, S., & Verhagen, H. (2012). De Veiligheid Van Aspartaam En Stevia (11). Geraadpleegd van https://www.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/voedingscentrum/Documents/Consumenten/Mijn%20boodshappen/Veilig%20eten/Aspartaam_voedingnu.pdf
  7. EFSA. (z.d.). Aspartame. Geraadpleegd op 17 september 2019, van https://www.efsa.europa.eu/en/topics/topic/aspartame
  8. Magnuson, B. A., Burdock, G. A., Doull, J., Kroes, R. M., Marsh, G. M., Pariza, M. W., … Williams, G. M. (2007). Aspartame: A Safety Evaluation Based on Current Use Levels, Regulations, and Toxicological and Epidemiological Studies. Critical Reviews in Toxicology37(8), 629–727. https://doi.org/10.1080/10408440701516184
  9. Possner, D., Zimmer, T., Kürbel, P., & Dietrich, H. (2014). Februar 2014 Behr’s Verlag l Hamburg l ZKZ 9982Methanol contents of fruit juices and smoothies in comparison to fruits and a simple method for the determination thereof. Deutsche Lebensmittel-Rundschau: Zeitschrift für Lebensmittelkunde und Lebensmittelrecht110(2), 65–69.
  10. de Ruyter, J. C., Olthof, M. R., Seidell, J. C., & Katan, M. B. (2012). A Trial of Sugar-free or Sugar-Sweetened Beverages and Body Weight in Children. New England Journal of Medicine367(15), 1397–1406. https://doi.org/10.1056/NEJMoa1203034
  11. Carlson, H. E., & Shah, J. H. (1989). Aspartame and its constituent amino acids: effects on prolactin, cortisol, growth hormone, insulin, and glucose in normal humans. The American Journal of Clinical Nutrition49(3), 427–432. https://doi.org/10.1093/ajcn/49.3.427

2 thoughts on “Suiker vs. Zoetstoffen”

  1. Esmee Vogels

    Mooi stuk 🙂 interessant om de waarheid van de aspertaam eindelijk te weten. Ik dacht ook altijd dat het erg slecht was. Altijd leuk om te leren 😀

    1. Lieke de Bever

      Dankjewel Esmee! En goed om te horen dat het je nieuwe inzichten heeft gegeven 🙂 Groetjes Lieke

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Scroll to Top